Wat is de betekenis van insult?

2019
2021-01-19
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

insult

insult - Zelfstandignaamwoord 1. (medisch) een epileptische aanval, een toeval Ook deze patiënte kreeg een insult en overleed later. 2. iets beledigends Een insult tegen de homo's. Synoniemen [1] aanval, toeval [2] affront, belediging,...

Lees verder
2018
2021-01-19
Anneke van Schie

Voormalig eigenaar/directeur Uitgeverij Kavanah

Insult

Een insult, ook wel toeval of aanval genoemd, is een abnormale ontlading van zenuwcellen (neuronen) in de hersenen ten gevolge van epilepsie; kan ook een niet-epileptische oorzaak hebben.

2017
2021-01-19
Marc De Coster

Auteur van o.a. Het Groot Scheldwoordenboek

Insult

Insult -aanval, toeval van bijv. hysterie of epilepsie.

2010
2021-01-19
Dokterswoordenboek

Ruim 2300 medische begrippen, omschreven door Jannes van Everdingen en Arnoud van den Eerenbeemt

insult

Aanval van epilepsie (uitspraak: in-SULT). Kijk ook bij epilepsie.

Lees verder
1993
2021-01-19
Vreemd Nederlands

Vreemd Nederlands

Insult

plotseling aanval (geneesk.)

1950
2021-01-19
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Insult

o. (-en),

1948
2021-01-19
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

insult

o. insultatie, v. plotselinge aanval; beledigende aanranding, belediging, hoon.

1933
2021-01-19
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Insult

(< Lat. insultus = overvalling). In de geneesk. spreekt men van hysterisch (→ Hysterie), epileptisch (→ Epilepsie) en apoplectisch i. (aanval van → beroerte). Hierbij ontstaat door een bloedvaatkramp, vaak gevolgd door een bloeduitstorting in de hersenen, plotseling uitschakeling van het door dit bloedvat verzorgde hersengebied. B...

Lees verder
1914
2021-01-19
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

insult

insult - o., insultatie v., beleediging; aanranding; smaad.

Lees verder
1898
2021-01-19
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Insult

INSULT, o. (-en), INSULTATIE, v. (-s, ...tiën), beleediging, hoon.

1864
2021-01-19
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

insult

insult - o. (insulten), insultatie, v. (insultatiën), beleediging, hoon