Wat is de betekenis van Indachtig?

2019
2022-08-18
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

indachtig

indachtig - Bijvoeglijk naamwoord 1. volledig iets beseffend Zijn reputatie indachtig ging het meisje niet op de voorstellen van de rijke man in. Woordherkomst Afgeleid van het verouderde indacht met het achtervoegsel -ig

Lees verder
1973
2022-08-18
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

indachtig

bn., denkend aan iets om zich ernaar te regelen; in de gedachte, voor ogen houdend: ietsof aan iets — zijn; iemand iets — maken.

1952
2022-08-18
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Indachtig

adj., yndachtich; — worden op, falie op.

1950
2022-08-18
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Indachtig

bn., denkende aan iets om zich er naar te regelen; in de gedachte, voor ogen houdend: iets of aan iets indachtig zijn; iem. iets indachtig maken; wees mijner indachtig.

1937
2022-08-18
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

indachtig

bn. (aan iets denkende): wees mijner indachtig; hij werd mijn woorden indachtig.

1898
2022-08-18
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Indachtig

INDACHTIG, bn. aan iets denkende; aan iets indachtig zijn; iem. iets indachtig maken; wees mijner indachtig.

Gerelateerde zoekopdrachten