Wat is de betekenis van ia?

2020
2022-06-25
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

ia

nabootsing van het geluid van een ezel. woord waarmee het geluid dat een ezel maakt wordt nagebootst; woord dat het gebalk van een ezel weergeeft; nabootsing van het geluid van een ezel. Vaak ook in kinderliedjes en kinderverhalen. Voorbeelden: Een van de meest bekende dierengeluiden is die van de ezel: ia. Maar waarom maakt e...

Lees verder
2019
2022-06-25
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

ia

ia - Werkwoord 1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van iaën ♢ Ik ia 2. gebiedende wijs van iaën ia! 3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van iaën ia je?

Lees verder
1973
2022-06-25
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

ia

tw., nabootsing van het geluid dat de ezel maakt.

1950
2022-06-25
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Ia

tw., nabootsing van het geluid dat de ezel maakt.

1948
2022-06-25
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

ia

= prima. eerste soort.

Lees verder
1937
2022-06-25
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

ia

1. tw.; geluid v. e. ezel; 2. zn. o.

Lees verder
1898
2022-06-25
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Ia

IA, tw. klanknabootsing van het geluid, dat de ezel maakt.