Hunkeren
(hunkerde, heeft gehunkerd), 1. rusteloos, met ongeduld verlangen: hij hunkert naar roem en eer; zij hunkert om weg te komen; de kinderen stonden te hunkeren voor de speelgoedwinkel; hij hunkert naar klappen, scherts, gezegd van een kind dat zich misdraagt; 2. (Zuidn.) hinniken : het paard hunkert.