Wat is de betekenis van hoopvol?

2024-02-22
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

hoopvol

hoopvol - Bijvoeglijk naamwoord 1. veel hoop gevend Dat de koorts zakte bij het zieke kind was een hoopvol teken voor de heel bezorgde ouders. Woordherkomst samenstelling van hoop en vol

2024-02-22
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

hoopvol

hoopvol - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: hoop-vol 1. waar hoop uit blijkt ♢ met een hoopvolle blik keek ze hem aan na haar verzoek 2. waar je veel van kunt verwachten ♢ dat is een hoopvol teke...

2024-02-22
Zuid-afrikaans woordenboek

H.J. Terblanche - M.A., D. Litt

hoopvol

vol hoop; belowend.

2024-02-22
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Hoopvol

adj.;en tevreden zijn, jins moed wol hawwe, ridlik to moed wêze, op moed wêze.

Wil je toegang tot alle 9 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-02-22
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Hoopvol

bn., 1. van hoop vervuld of daaraan uiting gevend: hoopvolle blikken, brieven; 2. goede verwachting gevend, veelbelovend: een hoopvolle opbloei; hoopvolle leeftijd.

2024-02-22
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

hoopvol

bn.; 1. vol hoop, vol verwachting: een hoopvolle blik; 2. veelbelovend: een hoopvolle toekomst; in de hoopvolle leeftijd van 7 jaar.

2024-02-22
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

hoopvol

('ho:p) bn. en bw. 1. vol hoop : een -le blik. Tgst. hopeloos. 2. veelbelovend : een -le toekomst; in de -le leeftijd van 17 jaar.

2024-02-22
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

hoopvol

bn., 1. van hoop vervuld of daaraan uiting gevend: hoopvolle blikken, brieven; 2. goede verwachting gevend, veelbelovend: een hoopvolle opbloei; de toekomst is —.

2024-02-22
Groot woordenboek der Nederlandsche taal

J.H. van Dale (1898)

Hoopvol

HOOPVOL, bn. bw. vol hoop: heden overleed ons dochtertje in den hoopvollen leeftijd van twaalf jaren.