2019-09-19

Gewichtigheid

GEWICHTIGHEID, v. het air van gewichtig te zijn: hij antwoordde met groote gewichtigheid; — (scherts.) gewichtig persoon: zijne gewichtigheid blikte zelfvoldaan den kring rond. GEWICHTIGHEIDJE, o. (-s), een parmantig klein kind ’t is zoo’n gewichtigheidje.