Wat is de betekenis van Feeksig?

1950
2021-03-04
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Feeksig

bn. bw. (-er, -st), als (van) een feeks.

1898
2021-03-04
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Feeksig

FEEKSIG, bn. bw. (-er, -st), als eene feeks. FEEKSIGHEID, v.

Gerelateerde zoekopdrachten