Wat is de betekenis van Fecit?

2026-08-10
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Fecit

(Lat.), in signaturen op schilderijen enz.: heeft het gemaakt.

2026-08-10
ABC van de kunst

Douwe Brongers & Désirée Raemaekers (2004)

Fecit

Letterlijk: (hij) heeft het gemaakt (Latijn). Afkortingen:...

2026-08-10
Lexicon voor de kunstvakken

Wouter van Boesschoten, Wieneke van Breukelen, Ton Konings m.m.v Henriette Coppens, Eefje Lonis, Jos van Waterschoot & Simon Wienke (2002)

Fecit

Een fecit is de toevoeging achter de naam van de kunstenaar;...

2026-08-10
Woordenboek vreemde woorden

A. Kolsteren en Ewoud Sanders (1994)

Fecit

afk. f, ook: fec....

2026-08-10
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks (1993)

Fecit

heeft het gemaakt (op schilderijen)

2026-08-10
De vreemde woorden

Fokko Bos, Dr. O. Noordenbos (1955)

Fecit

heeft gemaakt

2026-08-10
Kramers woordentolk

Jacon Kramers Jz (1948)

fecit

afgekort fee. of f.....

2026-08-10
gevleugelde woorden

J.H. de Ruijter (1940)

Fecit

(.....) heeft het gemaakt. (Op kunstwerken, achter den naam...

2026-08-10
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

fecit

(Lat. hij, zij heeft het gemaakt).

2026-08-10
Vreemde woordenboek

S. van Praag (1937)

fecit

(fee. off.)....

2026-08-10
Encyclopedie voor Iedereen

John Kooy (1933)

Fecit

(Lat.), afk. fec....

2026-08-10
Katholieke Encyclopaedie

Uitgeverij Joost van den Vondel (1933-1939)

Fecit

Fecit - (Lat., = heeft het gemaakt) komt voor onder...

2026-08-10
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

fecit

('fe:sit) [Lat.] hij, zij heeft het gemaakt.

2026-08-10
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

fecit

[Lat., hij heeft gemaakt], (mv. fecerunt), afk....

2026-08-10
De vreemde woorden

Fokko Bos (1914)

fecit

fecit, - heeft gemaakt.

2026-08-10
Vivat's Geïllustreerde Encyclopedie

J. Kramer (1908)

Fecit

lat., op kunstwerken: hij heeft het gemaakt: wordt veelal...

2026-08-10
Wink's vreemde woordenboek

dr. Jan Romein (1906)

Fecit

(afk. fec.) Lat., (hij) heeft het gemaakt.