Wat is de betekenis van extreem?

2019
2021-01-25
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

extreem

extreem - Bijvoeglijk naamwoord 1. uiterst, uitzonderlijk Dit is het extreemste geval dat ik ooit gezien heb. extreem - Bijwoord 1. op uitzonderlijk wijze Vannacht is er extreem zware vorst te verwachten. Antoniemen genua...

Lees verder
2018
2021-01-25
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

extreem

extreem - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: eks-treem 1. meer dan gewoon, boven het gemiddelde ♢ het is een extreem gevoelige jongen Bijvoeglijk naamwoord: eks-treem ... is extremer dan ... ...

Lees verder
1998
2021-01-25
drs. Toine van Hoof

AUTEUR VAN HET BRIDGE WOORDENBOEK - "BRIDGE OPZOEKBOEK" (UITGAVE 1998)

extreem

1. Een extreme distributie (in een kleur of van een hand): weinig voorkomend, grillig. 2. Een extreem bod: buitenissig, overdadig. Zie ook: grillig

Lees verder
1993
2021-01-25
Vreemd Nederlands

Vreemd Nederlands

Extreem

uiterst; uiterste

1973
2021-01-25
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

extreem

I. bn. en bw., (extremer, -st), uiterst, tot de grens gaand: dat is een geval; hij is niet zo — in zijn opvattingen; in de hoogste graad: — autoritair; II. zn. o., een abstracte zaak in haar uiterste omvang of graad: een - van zelfgenoegzaamheid.

Lees verder
1950
2021-01-25
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Extreem

(<Fr.), I. bn. bw. (extremer, -st), uiterst, tot de grens gaand: dat is een extreem geval; hij is niet zo extreem in zijn opvattingen; — in de hoogste graad: extreem autoritair. II. zn. o., een abstr. zaak in haar uiterste omvang of graad: een extreem van zelfgenoegzaamheid; een vijand van extremen.

Lees verder
1939
2021-01-25
Vreemde woorden in de wiskunde

Dr. E.J. Dijksterhuis - 1939

Extreem

(< Lat. extremum = buitenst, uiterst). Lett. Uiterste. Samenvattende term voor maximum en minimum.

Lees verder