Wat is de betekenis van evenveel?

2025-12-13
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Evenveel

I. onbep. telw., een of in gelijk aantal, gelijke hoeveelheid: hij heeft evenveel zoons als dochters; — zelfst.: ieder krijgt evenveel; — (gew.) er voor evenveel bij zitten, voor spek en bonen; iem. voor evenveel laten lopen (zitten enz.), zich niet om hem bekommeren. II. bw., (veroud. en gew.) van gel...

2025-12-13
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

evenveel

evenveel - Rangtelwoord 1. in gelijke hoeveelheid Ik heb dit jaar evenveel geld verdient als vorig jaar. evenveel - Bijwoord 1. van gelijke betekenis, op hetzelfde neerkomend

2025-12-13
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

evenveel

evenveel - telwoord uitspraak: e-ven-veel 1. in een gelijk aantal of in een gelijke hoeveelheid ♢ alle kinderen kregen evenveel snoepjes Telwoord: e-ven-veel

2025-12-13
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Evenveel

adv., (al)likefolle, krektsafolle.

2025-12-13
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

evenveel

onbep. telw. (1 een gelijk aantal, een gelijke hoeveelheid; 2 met voor: zonder mee te tellen; ook: zonder zich er om te bekommeren): 1. met evenveel beleid; evenveel soldaten; 2. er voor evenveel bij zitten, voor spek en bonen.

2025-12-13
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

evenveel

('e:vәn) onbep. telw. gelijk aantal, gelijke hoeveelheid: goederen; ieder krijgt -. Gez. iemand voor laten lopen, staan, zitten, zich niet om hem bekommeren; voor -, zonder mede te tellen of zonder er zich om te bekommeren; voor erbij zitten, onverschillig.

2025-12-13
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

evenveel

onbep. telw., een aantal, in gelijk aantal, gelijke hoeveelheid: hij heeft zoons als dochters; zelfst.: ieder krijgt -.

2025-12-13
Groot woordenboek der Nederlandsche taal

J.H. van Dale (1898)

Evenveel

EVENVEEL, bw. ieder krijgt evenveel, een gelijk getal, een gelijk stuk; — het is mij evenveel, onverschillig.

2025-12-13
Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal

I.M. Calisch (1864)

Evenveel

Evenveel, bijw. ieder krijgt -, (een gelijk getal); het is mij -, (onverschillig). *...WEL, bijw. echter, nogtans. *...WAARDIG, bn. -LIJK, bijw. van gelijke waarde. *...WAARDIGHEID, v. equivalent. *...WIGT, o. gmv. gelijkheid van gewigt; (schild.) het - der ligchamen, ponderatie; in - houden; het - houden; het - tusschen ontvangsten en uitgaven....

2025-12-13
Prisma Nederlands Fries

Unieboek | Het Spectrum (2025)

Wil je toegang tot alle 13 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2025-12-13
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2025)