Wat is de betekenis van eerdaags?

2020
2021-02-26
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

eerdaags

binnen afzienbare tijd; weldra. binnen afzienbare tijd; binnenkort; weldra. Het woord is oorspronkelijk een samenstelling van eerst met het zelfstandig naamwoord dag in de tweede naamval, mogelijk onder invloed van woorden als eerlang en eertijds. Voorbeelden: Jasper K. is een gefrustreerde werknemer bij EGOM. Eerdaags gaat hi...

Lees verder
2019
2021-02-26
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

eerdaags

eerdaags - Bijwoord 1. binnenkort. Ik zal eerdaags er voor zorgen. Woordherkomst Samenstelling van eer (eerst) en daags Synoniemen eerstdaags Verwante begrippen binnenkort, eerlang, eerstdaags, strakjes, straks

Lees verder
2018
2021-02-26
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

eerdaags

eerdaags - bijwoord uitspraak: eer-daags 1. binnen korte tijd ♢ eerdaags kom ik bij jullie langs Bijwoord: eer-daags Synoniemen binnenkort, gauw, spoedig, weldra Tegenstellingen later

Lees verder
1973
2021-02-26
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

eerdaags

bw., eerstdaags, binnenkort.

1950
2021-02-26
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Eerdaags

bw., eerstdaags.

1898
2021-02-26
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Eerdaags

EERDAAGS, bw. eerstdaags.

Gerelateerde zoekopdrachten