Wat is de betekenis van devoot?

2019
2022-11-27
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

devoot

devoot - Bijvoeglijk naamwoord 1. met toewijding en eerbied Gau Mata, Moeder Koe, is volgens hem meer dan ooit politiek geworden. Ze is het symbool waar devote hindoes zich omheen scharen. „In de koe komen religie en nationalisme samen. Zij is de ziel van de natie die moet worden beschermd tegen ‘ant...

Lees verder
1994
2022-11-27
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Devoot

[Lat. devotus, van devovere, -votum = toewijden aan godheid] vroom, godvruchtig; de devoten, de fijnen.

1993
2022-11-27
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Devoot

vroom; toegewijd

1981
2022-11-27
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

Devoot

vroom, godvruchtig.

1973
2022-11-27
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Devoot

[Lat. devovere, toewijden], I. bn. en bw. (devoter, -st), 1. vroom, godvruchtig: in een devote stemming zijn; 2. (bij uitbreiding) stil onderworpen, geheel iemand toegewijd; II. zn.m. (-voten), volgeling van de moderne devotie.

Lees verder
1955
2022-11-27
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Devoot

vroom, ootmoedig; ook: schijnheilig.

1952
2022-11-27
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Devoot

adj. & adv., bidêst, from.

1950
2022-11-27
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Devoot

(<Fr.), bn. bw. (devoter, -st), 1. vroom, godvruchtig: in een devote stemming zijn ; een allerliefst devoot gezichtje ; 2. (bij uitbr.) stil onderworpen, geheel iemand toegewijd.

Lees verder
1949
2022-11-27
De Kleine Winkler Prins

Encyclopedie van A tot Z - 1949

Devoot

vroom, godvruchtig; ootmoedig.

1948
2022-11-27
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

devoot

vroom, godvruchtig; ootmoedig; (ook wel:) fijn schijnheilig.

1937
2022-11-27
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

devoot

bn.; devoter, -st (Fr. dévot, Lat. devotus: vroom, godvruchtig); zn.: de devoten, a) de fijnen, b) godsdienstige beweging op het einde der Middeleeuwen.

1930
2022-11-27
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

devoot

(de'vo:t) bn. en bw. (devoter, -st) 1. vroom, godvruchtig. 2. onderdanig, eerbiedig.

Lees verder
1914
2022-11-27
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

devoot

devoot, - vroom, ootmoedig; ook: schijnheilig.

1908
2022-11-27
Zuiveraar

De kleine Zuiveraar

Devoot

vroom, godsdienstig.

1906
2022-11-27
wink

Wink's vreemde woordenboek

Devoot

Fr., godvruchtig.

1898
2022-11-27
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Devoot

DEVOOT, bn. bw. (devoter, -st), vroom: in eene devote stemming zijn; een allerliefst devoot gezichtje; (bij uitbr.) stil onderworpen, geheel iemand toegewijd.

1864
2022-11-27
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

devoot

devoot - bn. en bijw. (devoter, devootst), vroom, godsdienstig; de devoten, de vromen, (ook) schijnheiligen