Wat is de betekenis van Décompter?

2025-07-15
Frans woordenboek (FR-NL)

Dr. F.P.H. Prick van Wely (1952)

Décompter

I. aftrekken, korten; afrekenen; II. iets laten vallen [van zijn eisen], een tegenvaller hebben; van slag zijn [v. klok].

Gerelateerde zoekopdrachten