Wat is de betekenis van Dader?

2019
2022-09-26
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

dader

dader - Zelfstandignaamwoord 1. iemand die iets (slechts) gedaan heeft     ♢ Vervolgens laat men wel even de dader naar het bureau komen om met hem te praten. Woordherkomst Afgeleid van daad met het achtervoegsel -er Antoniemen slachtoffer Verwante begrippen schuldige, medepl...

Lees verder
2018
2022-09-26
Openbaar Ministerie

Begrippenlijst Openbaar Ministerie

Dader

Een dader is een pleger van een strafbaar feit en eventueel degene die het feit heeft uitgelokt.

2018
2022-09-26
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

dader

dader - zelfstandig naamwoord uitspraak: da-der 1. iemand die iets gedaan heeft wat niet mag ♢ hij is de dader van die overval 1. de dader ligt op het kerkhof [de schuldige heeft zich niet gemeld]...

Lees verder
2016
2022-09-26
Rechtspraak

Begrippen in de rechtspraak

Dader

(Mede)pleger van een strafbaar feit of degene die het feit heeft uitgelokt.

1982
2022-09-26
De Tale Kanaans

J. van Delden

dader

toepasser, iemand die een beginsel in praktijk brengt.

1973
2022-09-26
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Dader

m. (-s), bedrijver, uitvoerder (gewoonlijk in minder gunstige zin): de van een strafbaar feit (e); (zegsw.) de ligt op het kerkhof, is onbekend. Dader van een strafbaar feit is hij die: 1. het feit pleegt, doet plegen of medepleegt; 2. door giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging of misleiding of door het verschaffen van gelegen...

Lees verder
1952
2022-09-26
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Dader

s., dieder.

1950
2022-09-26
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Dader

m. (-s), bedrijver, uitvoerder (gewoonlijk in minder gunstige zin); — de dader ligt op het kerkhof, is onbekend.

1937
2022-09-26
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

dader

m. -s (bedrijver, meestal ongunstig): zegsw. de - ligt op ‘t kerkhof, is onbekend.

1933
2022-09-26
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Dader

Dader - (Recht) is hij, die het strafbare feit begaat. → Deelneming.

1930
2022-09-26
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

dader

('da:dər)m. (-s) bedrijver : de is gevangen; de ligt op het kerkhof, is onbekend; de met een natte vinger kunnen belopen, de tegenwoordige dader kunnen aanwijzen, maar hem niet willen noemen.

1916
2022-09-26
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Dader

Dader - Volgens art. 47 Sr. worden als daders van een strafbaar feit gestraft: 1) zij, die het feit plegen, doen plegen of medeplegen; 2) zij, die door giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging of misleiding het feit opzettelijk uitlokken. Ten aanzien der laatsten komen echter alleen die handelingen in aanmerking, welke zij opzetteli...

Lees verder
1898
2022-09-26
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Dader

DADER, m. (-s), bedrijver, uitvoerder (gewooniijk in minder gunstigen zin); de dader ligt op het kerkhof, is onbekend. DADERES, v. (-sen).

1864
2022-09-26
Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal

I.M. Calisch (1864)

Dader

Dader, m. (-s), bedrijver, uitvoerder. *...DIG, bn. schuldig; hij was er aan -. *...DING, v. (-en), vergelijk, transactie.

Lees verder