Wat is de betekenis van coureur?

2019
2021-10-16
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

coureur

coureur - Zelfstandignaamwoord 1. wielrenner, motor- of autoracer Woordherkomst Naamwoord van handeling van het FRanse courir met het achtervoegsel -eur

Lees verder
2018
2021-10-16
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

coureur

coureur - zelfstandig naamwoord uitspraak: cou-reur 1. iemand die wedstrijden rijdt met auto, motor, of fiets ♢ de coureur Boltini eindigde als tweede Zelfstandig naamwoord: cou-reur de coureur ...

Lees verder
2017
2021-10-16
Wielrenners

Jargon & Slang van Wielrenners

Coureur

Coureur - (Fr.) wielrenner. 'Een rap coureur': een snelle renner. 'Een opgebrande coureur': renner die aan het eind van zijn krachten is, wat zowel op een wedstrijd als op een carrière kan slaan. 'Een uitgewoond coureur': renner die door zware inspanningen uitgeput is. 'Een zuinig coureur': renner die weinig op kop rijdt.

2015
2021-10-16
Typisch Vlaams

Door Ludo Permentier en Rik Schutz

coureur

wielrenner Coureur ben je pas als je een klassieker hebt gewonnen. (Hugo Kamps, Demarrage in geluk - interview met Eddy Merckx) Belgisch-Nederlandse Standaardtaal Gangbaarheid: 7 Vlaamsheid: 1

Lees verder
2010
2021-10-16
Wielerwoordenboek

Geschreven door Fons Leroy en Wim van Rooy

coureur

coureur: wielrenner, renner.

2009
2021-10-16
Groot wielerwoordenboek

Geschreven door Marc De Coster

coureur

Frans voor wielrenner. ‘Een rap coureur’: een snelle renner. ‘Een opgebrande coureur’: renner die aan het eind van zijn krachten is, wat zowel op een wedstrijd als op een carrière kan slaan. ‘Een uitgewoond coureur’: renner die door zware inspanningen uitgeput is. ‘Een zuinig coureur’: één die weinig op kop rijdt. Coureurs met de kwaliteiten van Ch...

Lees verder
2009
2021-10-16
Wielersportwoordenboek

Wielersportwoordenboek door Jan Luitzen ©

coureur

(de; -s) - (wiel)renner, syn. wielercoureur, pedaleur.

1993
2021-10-16
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Coureur

autorenner

1973
2021-10-16
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Coureur

[Fr.], m. (-s), wiel-, motorof autorenner.

1955
2021-10-16
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Coureur

wiel- of autorenner

1950
2021-10-16
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Coureur

(Fr.), m. (-s), wiel- of autorenner.

1948
2021-10-16
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

coureur

(Fr.) autorenner. .