Wat is de betekenis van business?

2022
2022-10-02
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2022.

business

(1960+) (ook: bisnis) (Barg.) prostitutiebedrijf. Letterlijk betekent het gewoon: zakenleven. Het Engels kent hiervoor de eufemismen 'the trade' and 'the profession'. In het Franse argot komen 'le bisness' en 'l'abattage' frequent voor. Een bisnisbar is een drankgelegenheid waar bisnisjongens* en klanten contacten leggen (voor jongensprostitutie)....

Lees verder
2019
2022-10-02
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

business

business - Zelfstandignaamwoord 1. (economie) zaak, bedrijf, handel Onder de bezielende leiding van Pierre Vinken is de wetenschappelijke tak uitgegroeid tot de core 'business van RELX. Woordherkomst Uit het Engels Zie ook Business

Lees verder
2018
2022-10-02
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

business

business - zelfstandig naamwoord uitspraak: biz-nis 1. plaats waar men iets maakt of doet om geld te verdienen ♢ de productie van digitale camera's is een goede business Zelfstandig naamwoord: biz-nis de business...

Lees verder
1994
2022-10-02
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Business

[Eng. = lett.: het bezig zijn; OEng. bisignes] zaak, zaken.

1993
2022-10-02
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Business

zaak; zakenwereld

1981
2022-10-02
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

Business

[Eng. bis'nis], zaken, handel.

1955
2022-10-02
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Business

zaken; businessman: zakenman

1948
2022-10-02
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

business

(biznis) (Eng.) v. zaak, zaken.

1937
2022-10-02
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

business

v. (Eng. zaak, zeiken): een businessman, zakenman, handelsman.

1930
2022-10-02
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

business

('biznis) v. (-) [Eng.] zaak, zaken.

1914
2022-10-02
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

business

business - zaken; „businessman” : zakenman.

1910
2022-10-02
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Business

Business - (eng.) zaak, bedrijf, handel, bezigheid, beroep.

1906
2022-10-02
wink

Wink's vreemde woordenboek

Business

Eng., zaken, het zakendoen.