Wat is de betekenis van business?

2020
2021-01-28
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

business

(1960+) (ook: bisnis) (Barg.) prostitutiebedrijf. Letterlijk betekent het gewoon: zakenleven. Het Engels kent hiervoor de eufemismen 'the trade' and 'the profession'. In het Franse argot komen 'le bisness' en 'l'abattage' frequent voor. Een bisnisbar is een drankgelegenheid waar bisnisjongens* en klan...

Lees verder
2019
2021-01-28
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

business

business - Zelfstandignaamwoord 1. (economie) zaak, bedrijf, handel Onder de bezielende leiding van Pierre Vinken is de wetenschappelijke tak uitgegroeid tot de core 'business van RELX. Woordherkomst Uit het Engels Zie ook Business

Lees verder
2018
2021-01-28
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

business

business - zelfstandig naamwoord uitspraak: biz-nis 1. plaats waar men iets maakt of doet om geld te verdienen ♢ de productie van digitale camera's is een goede business Zelfstandig naamwoord: biz-nis de business...

Lees verder
1993
2021-01-28
Vreemd Nederlands

Vreemd Nederlands

Business

zaak; zakenwereld

1948
2021-01-28
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

business

(biznis) (Eng.) v. zaak, zaken.

1914
2021-01-28
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

business

business - zaken; „businessman” : zakenman.

1910
2021-01-28
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Business

Business - (eng.) zaak, bedrijf, handel, bezigheid, beroep.