Wat is de betekenis van brandschoon?

2019
2021-02-25
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

brandschoon

brandschoon - Bijvoeglijk naamwoord 1. (intensief) geheel schoon Woordherkomst samenstelling van brand en schoon

Lees verder
1980
2021-02-25
Van aalmoes tot zwijntjesjager

Geschreven door Dr. E. Schröder, 1980

Brandschoon

De oorsprong van dit woord herkent men nog in de uitdrukking: die vrouw is zo schoon (of: zo helder) als een brand. Uit het lidwoord ‘een’ blijkt dat wij te maken hebben met een zelfstandig naamwoord. Inderdaad is brand in het Middelnederlands een zeer gebruikelijk woord voor: zwaard. Zeker is het verwant met het gewone werkwoord brande...

Lees verder
1973
2021-02-25
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

brandschoon

brandschoon - bn., volmaakt helder, geheel schoon: — linnengoed; (fig.) geheel nuchter: de automobilisten waren niet allen —.

1950
2021-02-25
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Brandschoon

bn., volmaakt helder, geheel schoon: brandschoon linnegoed; (fig.) geheel nuchter: op Maandag zijn de werklieden niet allen brandschoon.

1898
2021-02-25
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Brandschoon

BRANDSCHOON, bn. buitengewoon schoon, zindelijk: brandschoon linnengoed; — (fig.) op Maandag zijn de werklieden niet allen brandschoon, nuchter, vrij van sterken drank.

Lees verder