Wat is de betekenis van Belgisch?

2024-02-21
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

Belgisch

Belgisch - Bijvoeglijk naamwoord 1. (demoniem) met betrekking tot België In België wordt alle eten klaargemaakt in Belgisch bier. Woordherkomst Van het Latijn Belga, Belgæ. Caesar beschreef deze Keltische volksstam in Belgisch Gallië voor het eerst in "De Bello Gallic...

2024-02-21
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

Belgisch

Belgisch - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: bel-gies 1. van of uit België ♢ geef mij maar een Belgisch biertje Bijvoeglijk naamwoord: bel-gies de/het Belgische ...

2024-02-21
Art & Architecture Thesaurus

Getty Research Institute (1990)

Belgisch

Belgisch - Verwijst naar de cultuur van België, ofwel de tegenwoordige staat die is gesticht in 1830 en bestaat uit de provincies van de Nederlanden die worden bevloeid door de Maas en de Schelde, ofwel het oude land van de stammen der Belgae, dat zich uitstrekte van de Marne en de Seine tot de Rijn.

2024-02-21
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Belgisch

adj., Belgysk, Belsk; — paard bels.

Wil je toegang tot alle 9 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-02-21
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Belgisch

bn. bw. (in spreekt, ook BELS), van, uit (enz.) België.

2024-02-21
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

Belgisch

bn., bw.: de Belgische koning.

2024-02-21
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

Belgisch

('belgis) bn. en bw. (als) van, eigen aan, in, uit, betreffende België of de Belgen.

2024-02-21
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

Belgisch

bn. en bw., in spreektaal ook Bels, van, uit (enz.) België.

2024-02-21
Groot woordenboek der Nederlandsche taal

J.H. van Dale (1898)

Belgisch

BELGISCH, bn. (in spreektaal vaak BELSCH), van, uit, met betrekking tot België.