Wat is de betekenis van Aanleren?

2019
2020-12-04
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

aanleren

aanleren - Werkwoord 1. door leren een vaardigheid verwerven Woordherkomst samenstelling van aan(voorzetsel) en leren(werkwoord)

Lees verder
2018
2020-12-04
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

aanleren

aanleren - regelmatig werkwoord uitspraak: aan-le-ren 1. ervoor zorgen dat iemand anders iets kan of weet ♢ meester Jan-Willem heeft ons het vermenigvuldigen aangeleerd 2. ervoor zorgen dat je iets kunt of weet ...

Lees verder
2008
2020-12-04
Atletiek- en turnwoordenboek

Atletiek- en turnwoordenboek door Jan Luitzen

aanleren

(ov ww; leerde aan; h. aangeleerd) SP - zich eigen maken door oefenen, bv. bewegingen, sprongen, hard- looptechniek aanleren: aanleren door oefenen is de basis van de gymsport en van elke gymdiscipline.

2003
2020-12-04
Marga Schiet

MOM's lexicon van de opvoedmisstanden

Aanleren

Het is helemaal niet nodig om je kind iets te leren met beloningen. Daar verwen je ze maar mee Het blijft een feit dat kinderen gemakkelijker iets aanleren als er een of andere vorm van beloning volgt. Zo'n beloning werkt het aanleren in de hand en daarom wordt het een versterker genoemd. Versterkers zijn dus alle dingen die ervoor zorgen dat bepaa...

Lees verder
1973
2020-12-04
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

aanleren

aan'leren (leerde aan, heeft aangeleerd), door leren zich (een kennis of vaardigheid) eigen maken: een vreemde taal, een vak —; ook zonder gedachte aan leren, zich eigen maken: slechte manieren—.

1936
2020-12-04
Koenen woordenboek

Koenen woordenboek 1936

aanleren

leerde h. -geleerd (1 zich door leren eigen maken; 2 vooruitgaan in kennis): 1 een vreemde taal, een kunstje -; 2 dat kind leert goed -.

Lees verder

Gerelateerde zoekopdrachten