Wat is de betekenis van aanhanger?

2025-12-15
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Aanhanger

m. (-s), volgeling, medestander, voorstander : iemands aanhanger zijn, zijn belangen voorstaan, tot zijn volgelingen of zijn partij behoren (een aanhanger is zelfstandiger dan een aanhangeling).

2025-12-15
Algemeen Nederlands Woordenboek

Algemeen Nederlands Woordenboek (2009-heden)

aanhanger

Het begrip aanhanger heeft 2 verschillende betekenissen: 1) overtuigd voorstander. persoon die een groot voorstander is van iemand of iets en de genoemde persoon of zaak openlijk steunt. Zie de subbetekenissen voor de specifieke soorten aanhanger. 2) aanhangwagen. wagen voor vrachtvervoer die men voorttrekt met een auto of vra...

2025-12-15
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

aanhanger

aanhanger - Zelfstandignaamwoord 1. iemand die gelooft in een bepaald idee, of die een bepaalde groep of persoon steunt Een aanhanger van het communisme, een aanhanger van het CDA. Het parlement werd bestormd door woedende aanhangers van de preside...

2025-12-15
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

aanhanger

aanhanger - zelfstandig naamwoord uitspraak: aan-han-ger 1. kar die aan een auto vastgemaakt kan worden ♢ met een aanhanger kan ik die boomstammen wel vervoeren 2. wie de ideeën van een bepaalde persoon of organisatie aanhangt...

2025-12-15
Zuid-afrikaans woordenboek

H.J. Terblanche - M.A., D. Litt

aanhanger

trawant.

2025-12-15
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Aanhanger

s., oanhinger.

2025-12-15
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

aanhanger

m. -s (partijgenoot, medestander, volgeling): de -s der Bonapartes. Opm. h. soms de bijbet. gehechtheid aan een persoon; volgeling van aannemen en volgen der leerstellingen. Mede-, voorstander doen denken aan een strijd, waaraan men deelneemt.

2025-12-15
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

aanhanger

('a:n) m. (-s) aanhangeling, maar die meer zelfstandig optreedt. Syn. zie aanhangeling. aanhangig (a:n'hangəch) bn. in behandeling : die zaak is nog -; maken, in behandeling brengen. zie: wetsontwerp.

2025-12-15
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

aanhanger

aan'hanger, m. (-s), 1. volgeling, medestander, voorstander: iemands — zijn, zijn belangen voorstaan, tot zijn volgelingen of zijn partij behoren; 2. aanhangwagen.

2025-12-15
Groot woordenboek der Nederlandsche taal

J.H. van Dale (1898)

aanhanger

Aanhanger - m. (-s). AANHANGERES, v. (-sen), iem. die zelfstandiger optreedt dan een aanhangeling.

Wil je toegang tot alle 15 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2025-12-15
Prisma Nederlands Fries

Unieboek | Het Spectrum (2025)