Wat is de betekenis van aan slag?

1998
2021-05-11
drs. Toine van Hoof

AUTEUR VAN HET BRIDGE WOORDENBOEK - "BRIDGE OPZOEKBOEK" (UITGAVE 1998)

aan slag

De vorige slag gewonnen hebbend en dus aan de beurt om voor te spelen in de volgende slag. Uitdrukkingen: aan slag blijven; aan slag brengen; aan slag komen; aan slag zijn.

Lees verder