Voeren betekenis & definitie

Voeren - Weer een onderwerp, waarvan een volledige behandeling hier tot de onmogelijkheden behoort. Toch kan ik u ruim voldoende wenken geven om u zoveel variatie te bezorgen, dat u onder alle omstandigheden de beste voermethode kunt toepassen.

Mag ik beginnen met een wet te ge¬ven, waarvan u zich slechts in een zeer enkel geval mag onttrekken: Voer nooit met stoffen die gemakke¬lijk in het water kunnen verzuren. Aardappels, peulvruchten e.d. bij¬voorbeeld. Als wij hengelaars nu ook nog gaan meewerken aan de watervervuiling, is het eind zoek en missen we verder ook elk recht van spreken. Vooral bij langzaam stro¬mend of zelfs stilstand water, moe¬ten we bij het voeren met de uiterste voorzichtigheid en zorg tewerk gaan.

Voor het samenstellen van een voertje hebben we met verschillende za¬ken rekening te houden. Om te be¬ginnen: we onderscheiden grondvoer en lokvoer (termen die niet helemaal precies opgaan, maar die gemakshalve worden gebruikt en gangbaar zijn). Het grondvoer dient ook wel om de vis van het begin af te lokken, maar vooral om het op de voerplek te houden. Het is een ta¬melijk vast voer, dat blijft liggen. Lokvoer daarentegen heeft de taak om de vis weer naar onze vaste voerplek toe te lokken en is daarom veel luchtiger samengesteld.

Bij het samenstellen van grondvoer houden we ons eerst eens voor ogen, op wat voor water we zullen gaan vissen. Bij trekkend water moet het natuurlijk zwaarder en van vaster substantie zijn, dan voor langzaam stromend of stilstaand water.

Voor dit laatste volgt een eenvoudig, maar doeltreffend recept:

Oud brood weken in lauw water, waaraan een flinke hand zout is toe¬gevoegd. Wit of bruinbrood, of ge¬mengd, het kan allemaal. Uitknijpen en dan de nodige vastheid geven door naar keuze toevoeging van droge havermout, zemelen, paneer¬meel of — maar dit vermijd ik zelf altijd als het om stilstaand water gaat, wat wit akwariumzand.

Hebt u met trekkend water te ma¬ken, dan kunt u zeker gebruik ma¬ken van de toevoeging van zand, maar verder dezelfde bestanddelen nemen.

Bij snel stromend water maakt u zware ballen door het toevoegen van klei of leem, als het even gaat uit de omgeving van uw viswater of beter nog uit de bodem van dat water zelf. Ik heb op snelstromend water trou¬wens dikwijls een vrij grove methode van voeren zien gebruiken: men bindt aan weerszijden van een bak¬steen of tegel met een rijgdraad een paar sneden brood en gooit dit geval een eindje stroomopwaarts in (die rijgdraad voorkomt dat uw snoer breekt als u dit voer per ongeluk aan de haak krijgt). Behalve de voerkorf, waarover ik reeds in deel B schreef, (zie daar) gebruikt men ook vaak een voerveer, een combi¬natie van een schuiflood en een spiraalveer. Deze wordt met voer volgestopt en het geheel dient als schuiflood en voermethode tegelijk (zie fig. 68).

De samenstelling van een lokvoertje, ook wel karakteristiek prikkel voer genoemd is al heel eenvoudig. Neem beschuit en rol deze heel fijn met een deegroller of een lege melkfles. U kunt ook het kruim van ge¬droogd wittebrood nemen. Ook pa¬neermeel is bruikbaar. U hoeft dit alles alleen maar aan het water nat te maken, zodat u er balletjes van kunt vormen.

Zelf doe ik het altijd een beetje an¬ders. Met het water waar ik vis week ik oud wittebrood, druk het zo¬ver uit, dat het nog goed vochtig is en meng het met wat droge haver¬mout, een handje zout en wat niet geparfumeerde talkpoeder (de laat¬ste drie bestanddelen heb ik al kant en klaar gemengd in een bus bij me). Er komt volgens een vaste stelregel nog iets anders door: maden of an¬der aas — in stukken gesneden wor¬men bijvoorbeeld — waarmee ik vis.

Grondvoer gebruikt u door een flink aantal afgeplatte ballen in het wa¬ter te werpen, vóór u begint te vis¬sen (de dag of de dagen ervoor reeds een voerplek maken is het beste, maar wie heeft daar gelegenheid voor?).

Lokvoer toedienen doet u vrij regel¬matig met kleine hoeveelheden tege¬lijk, vooral wanneer u een vis ge¬vangen of — wat nog eerder de rest verjaagt — misgeslagen hebt. Maak ook telkens van het begin af een spoortje van het midden en de kan¬ten af naar uw vaste voerplek toe. Extra toevoegingen: Er bestaan 1001 manieren om aan het voer extra aantrekkingskracht te verlenen. Hiervan noem ik hennepolie en ge¬malen hennepzaad, of wanneer u met hennepkorrels vist wat zeer spaarzaam gestrooide korrels. (Wees met hennep als voer voorzichtig: het verzadigt de vis spoedig en dit is het tegenovergestelde van de bedoe¬ling!), suiker, plantaardige teer en vooral ook duivemest (zeer uitge¬kookte hengelaars nemen daar spe¬ciaal mest van jonge duiven voor). Toegevoegde reukstoffen zijn: anijs, ammoniak, duivelsdrekpoeder (asa foetida — stinkt afschuwelijk), va¬nille e.d. De geurstoffen dienen te¬vens om voor de vis onaangename luchtjes aan het voer of aas (tabak, olie) te maskeren. Vist u met bloedwormpjes (vers de vase) voeg er daar dan ook een aantal van aan het lokvoertje toe.

Er bestaan vele goede kant-en-klaar voeders en als ik er enkele noem, dan is het omdat ik ze zelf regel¬matig gebruik. Goedkoop zijn ze niet, maar wel gemakkelijk. Justus bevalt me voor lokvoer het beste, verder zijn Kenzo, Lokzo, Da ja en Nubro ook goed (van dit laatste merk heb ik prettige ervaringen met het speciale gezoete karpervoer).

Een aparte plaats bij dit alles neemt het Engelse Coax in. Het zijn cilin¬dervormige bakjes van geperst voer, met een uitholling in het midden. U kunt desgewenst deze uitholling vul¬len met het door u gebruikte aas. Gooit u dit alles rond uw beaasde haak, dan valt het bakje zeer snel uiteen en vormt zo het grondvoer, terwijl de vulling zich verspreidt en een best lokvoertje oplevert. Dit door Lankhorst in Sneek geïmporteerde voer is vrij duur, maar zeer doel¬treffend.