ontucht betekenis & definitie

ontucht - Zelfstandignaamwoord
1. (seksualiteit) seks die tegen de heersende moraal ingaat
Er is gisteren een 34-jarige man opgepakt wegens het plegen van ontucht.

Woordherkomst
Afgeleid van tucht met het voorvoegsel on-

Uitdrukkingen en gezegden
♦ ontucht plegen


Verwante begrippen
onkuisheid

Laatst bijgewerkt 04-12-2017