Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Gepubliceerd op 14-11-2017

foutloos

betekenis & definitie

foutloos - Bijvoeglijk naamwoord
1. zonder fouten, zonder misslagen
De secretaress kon foutloos typen.

Woordherkomst
afgeleid van fout met het achtervoegsel -loos

Synoniemen
perfect, volmaakt, correct, feilloos