sappie, sappo betekenis & definitie

(jeugdtaal) zachtgekookt ei; sloom iemand; zielig persoon. In Indonesië gebruikt men het scheldwoord sapi of sapie (eigenlijk ‘os, stier, rund’): ‘Sapie dat je bent.’

‘Sappies’ zijn sloom, lomp, studiebollerig, maar wel aardig. Ze dragen te korte broeken met te wijde pijpen, lelijke truien en brave schoenen met veters en spekzolen. Zo kun je iedere scholier indelen in een groep, blijkt uit het onderzoek, (de Volkskrant, 20/12/1986) Nog geen jaar geleden vond menigeen hem maar een watje, een sappie en een softie. (Muziek Express, nr. 8/1987)

Alleen dat sappie van een Damen zeurde erover dat ik de Walther niet bij me had. (Jan van Daalen, Sans rancune, 1991)

Laatst bijgewerkt 16-05-2017