baggedet betekenis & definitie

(in Vlaanderen) vuile, dikke, slonzige vrouw. In homotaal ook ‘dikke, onaantrekkelijke homo’. Afgeleid van het zeventiende-eeuwse woord paggadet (in West-Vlaanderen ook nog voorkomend in de vormen pagadette of pauwedettevoor een modepop). Een verband met het Bargoense pagadet (opgedirkt, pronkziek mens) valt niet uit te sluiten. Ook een afleiding van bagge (vrouwelijk wild zwijn) is mogelijk. Maar hoogstwaarschijnlijk heeft het te maken met de oude betekenis van pagadet: een oosterse duif met een vlezig gewas op de neus en om de ogen en met een lange hals. In zeventiende-eeuwse kluchten werden prostituees wel eens vergeleken met dergelijke ‘pagadetten’: gekleed volgens de laatste mode en met een lange hals. Het vlezige gewas van een pagadet heeft wellicht bijgedragen aan de associatie van een baggedet met een dikke, slonzige vrouw. O.a. vermeld door De Cock. Zie ook pagadet.

Ensiegebruikers willen de geschiedenisprijs winnen! Stem ook mee in slechts 3 seconden.Stem nu op Ensie | Encyclopedie sinds 1946