Spinoza, Benedictus de betekenis & definitie

Benedictus de Spinoza (1632-­1677) was een Nederlandse filosoof van Portugees­ joodse afkomst. Zijn hoofdwerk is de Ethica, een volgens de geometrische methode opgezette metafysische verhandeling. Het werd pas na zijn dood gepubliceerd. Hij identificeert hier God met de Natuur (deus sive natura) en hij wordt daarom gezien als ‘pantheïst’.

In de omvangrijke (en snel groeiende) Spinoza­literatuur woedt een debat over de vraag of men Spinoza nu als een ‘atheïst’ of als een religieus denker zou moeten typeren. Het is een weinig zinvol debat, want het hangt af van wat men onder de term ‘atheïsme’ wil verstaan. Wanneer men onder ‘atheïsme’ verstaat een ontkennende houding tegenover een persoonlijke god of goden is Spinoza zonder meer atheïst. Als men onder ‘atheïsme’ verstaat een afwijzing van elke religieuze inspiratie, dan is hij de ‘Gott Betrunkener Mensch’ waarvoor de romantische dichter Novalis hem hield.

Zijn Tractatus Theologico­Politicus werd anoniem gepubliceerd in 1670. Het boek is van belang omdat het een vroege vorm van bijbelkritiek is en ook omdat Spinoza een voortvarend verdediger was van het vrije onderzoek, de vrije gedachte, en de vrijheid van expressie. Hij sprak van de libertas philosophandi (de vrijheid om te filosoferen). Het boek werd veroordeeld door de Calvinistische synode in hetzelfde jaar en verboden door het Hof van Holland in juli 1674. Het werd ook spoedig op de Index van verboden boeken van het Vaticaan geplaatst.203 Het Tractatus Politicus verscheen in 1677 in Spinoza’s Opera Posthuma.

Laatst bijgewerkt 17-02-2017