J betekenis & definitie

J - de tiende letter van ons alphabet. De Grieken en de Romeinen hebben ze niet gekend: bij hen diende de i als klinker en als medeklinker (semi-vocalis). Tijdens Cicero werd de i dubbel geschreven ter aanduiding van de semi-vocalis, maar dit werd geen algemeen gebruik.

In inscripties van den Keizertijd staat een lange I tusschen klinkers als de halfklinker. De J werd eerst als letter geschreven in de 15de eeuw: eerst werd de I aan ’t begin van woorden in J veranderd, terwijl de oorspronkelijke letter in ’t midden van woorden bleef dienst doen. Daar nu de begin I gewoonlijk semi-vocaal was, werd de begin-vorm identiek met de letter J. Van de Germaansche talen heeft het Gotisch de J, n.l. als 15de letter tusschen n en u. De uitspraak is vaak dezelfde als van y, in ’t Eng. als dzj, in ’t Fransch en Portug. als sj, in ’t Spaansch als ch: in ’t Ital. ontbreekt de j. In de scheikunde is J het teeken voor jodium, in de natuurkunde voor den naam Ioule, in de internationale telegraphie voor Jour (Fr. = dag), d. i. dagtelegrammen, die van ’s av. 10 uur tot ’s morg. 6 uur niet worden besteld. In afkortingen:

J. C. = Jezus Christus;

Jhr. = Jonkheer;

J. H. S. (Jesus hominum salvator), J. de verlosser der menschen;
j. l. = jongstleden;
J. O. M. = Jovi optimo maximo (aan Juppiter, den besten en grootsten god);
J. P. = Justice of the Peace (vrederechter; jun. of jr. = junior. Zie verder onder I. — J. U. D., Juris utriusque doctor, of Utriusque juris doctor (U. J. D.), doctor in beide soorten recht, d.i. in het wereldlijke en het kerkelijke recht. Het is thans geen academische titel meer. Zie verder UTRIUSQUE JURIS DOCTOR;
J. D. (sterrek.), gebruikelijke afkorting voor Juliaanschen Datum.