Hanzesteden betekenis & definitie

Onder de Hanzesteden worden de ongeveer 200 Europese steden verstaan die in de middeleeuwen een handelsverbond vormden. Hiertoe behoren zo'n 20 Nederlandse steden, waaronder Hasselt, Kampen, Zwolle, Hattem, Deventer, Doesburg en Zutphen.

Tussen de 12e en de 16e eeuw was de Hanze een samenwerkingsverband van kooplieden en steden. Het diende ter bescherming van de handel. Op het hoogtepunt van het Hanzeverbond werkten meer dan 200 steden samen, allen gelegen aan de Noord- Oostzee. Er waren dus ook handelssteden uit Noord-Duitsland, Scandinaviƫ en Polen aangesloten bij de Hanze. Het gemeenschappelijke doel van de kooplieden en steden die zich bij het verbond hadden aangesloten, was bescherming van schepen en goederen en gunstige afspraken over de koopwaar. Hierdoor ontstonden in de 15e de economische welvaart enorm. Van kleine nederzettingen groeiden veel van de steden uit tot steden, inclusief ommuring en stadspoort. Ook in de (pak)huizen was de welvarendheid terug te zien. De architectuur uit die tijd kenmerkt nog steeds de binnensteden van de eerder genoemde zeven steden. Halverwege de 17e eeuw werd het Hanzeverbond overbodig, omdat landen meer hun stempel gingen drukken op strakke landsgrenzen.

De hierboven genoemde zeven steden aan de IJssel worden gepromoot als De Hanzesteden. Er zijn in Nederland echter meerdere Hanzesteden, maar die zijn minder actief in het promoten van dit gegeven. In 2017 worden de Internationale Hanzedagen in Kampen gehouden.

Gepubliceerd op 11-04-2015