tegenstribbelen - regelmatig werkwoord
uitspraak: te-gen-strib-be-len
1. proberen het te laten ophouden of niet door te laten gaan
♢ ik wilde hem in het water gooien, maar hij stribbelde tegen
Regelmatig werkwoord: te-gen-strib-be-len
ik stribbel tegen (... ik tegenstribbel)
jij/u stribbelt tegen (... jij tegenstribbelt)
hij/zij stribbelt tegen (... hij tegenstribbelt)
wij/zij/jullie stribbelen tegen (... wij tegenstribbelen)
ik/jij/u/hij/zij stribbelde tegen (... ik tegenstribbelde)
wij/zij/jullie stribbelden tegen (... wij tegenstribbelden)
hij heeft tegengestribbeld
tegenstribbelend, tegenstribbelende
Synoniemen
kanten, verzetten
Tegenstellingen
toegeven
Studenten en medewerkers van onderwijsinstellingen hebben gratis toegang.
Ensie voor jouw (onderwijs)instelling? Bekijk de mogelijkheden.