kuur - zelfstandig naamwoord
1. plotselinge gedachte of stemming die gauw weer overgaat
♢ dat meisje heeft af en toe rare kuren
2. touw waarmee een dier aan een paaltje wordt vastgezet
♢ de pony stond aan een kuur
3. manier om ziekte of verslaving te genezen
♢ zij doet een vermageringskuur
Zelfstandig naamwoord: kuur
de kuur
de kuren
het kuurtje
Synoniemen
gril, therapie
Studenten en medewerkers van onderwijsinstellingen hebben gratis toegang.
Ensie voor jouw (onderwijs)instelling? Bekijk de mogelijkheden.