cultus betekenis & definitie

cultus - zelfstandig naamwoord
uitspraak: cul-tus

1. verering van een godheid
♢ het hoort bij de cultus om offers te brengen
1. ergens een cultus van maken
[er overdreven veel mee bezig zijn]

Zelfstandig naamwoord: cul-tus
de cultus
de cultussen
het cultusje