Belgisch geograaf (Ostende 5 Juni 1900 - Gent 5 Mei 1946), promoveerde in 1924 te Gent op een dissertatie over de Engelse en Franse invloeden op het graafschap Vlaanderen in het begin van de 13de eeuw. Hij studeerde daarna te Harvard (V.S.) en behaalde er de graad van M.A.
Achtereenvolgens assistent van prof. Pirenne en prof. van Octroy te Gent, werd hij in 1926, als opvolger van laatstgenoemde, belast met de colleges over de geschiedenis van de aardrijkskunde en over de historische aardrijkskunde. Toen het wettelijk doctoraat in de aardrijkskundige wetenschappen in 1929 werd ingesteld, werd hij belast met de menselijke, daarna met de regionale aardrijkskunde. Dept is de pionier van de aardrijkskunde te Gent. Zijn historische scholing oriënteerde hem naar de studie van de betrekking tussen de geografie en de geschiedenis, inzonderheid naar de ontwikkeling van de kust, waarover hij een rijke documentatie verzamelde. Zijn late inwijding in de aardrijkskunde, een zware leeropdracht en ontijdige dood hebben hem verhinderd de resultaten van zijn vruchtbare onderzoekingen te publiceren. Zijn invloed op het Belgisch geografisch milieu is niettemin zeer groot.PROF. DR M. A. LEFÈVRE
Bibl.: Wat is een stad? T.B.V.A.S.; Etude critique sur une grande inondation marine à la côte flamande (19 Nov. 1404) in Etudes d’Histoire dédiées à la mémoire de Henri Pirenne par ses anciens élèves (Bruxelles 1937); Un épisode de la lutte des Flamands contre la mer. L’inondation du 19 Nov. 1404. Bull. Soc. Belge d'Etudes Géogr. (1937); Anthropogeographie der kusten. Natuurwetensch. Tijdschr. (1938); Introd. à la géographie hist. du comté de Flandre au XVIIIe siècle. Bull. Soc. Belge d’Etudes Géogr. (1943).