Katholieke Encyclopaedie

Uitgeverij Joost van den Vondel (1933-1939)

Gepubliceerd op 01-04-2019

Auerbach

betekenis & definitie

Auerbach - 1° Berthold, Duitsch romanschrijver van Joodschen huize, wiens eerste werk dan ook ijvert voor eerlijke opneming van de Israëlieten in de Duitsche cultuur (vgl. Das Judentum und die neueste Literatur, 1836).

Van dienzelfden radicaal-liberalen geest getuigen zijn eerste romans: Spinoza (1837) en Dichter und Kaufmann (1839). In 1843 vlg. liet hij de Schwarzwälder Dorfgeschichten verschijnen, waarin hij de ader van zijn waar talent blootlegde, en die te gepaster ure de Duitsche vertelkunst uit de zwaar tobbende problematiek van maatschappelijken en staatkundigen strijd hielpen bevrijden. Wel is ook het door A. geschilderde buitenleven niet vrij van een humanitair liberalisme, dat den boeren der werkelijkheid vreemd is, maar het Wurttembergsche kader, vooral van de vroegste novellen (Tonle mit der gebissenen Wange e.a.) is onvergelijkelijk frisch, en met dat gedeelte van zijn werk werd de bijval van A. het signaal van een langen bloei der dorpsnovelle in geheel West-Europa. Die Frau Professorin (1846), Barfüssele (1856) en vooral Diethelm von Buchenberg (1853) behooren tot de beste van zijn meer uitvoerige verhalen. Na 1860 volgde A.’s romantechniek den modevorm van Gutzkow en Spielhagen, waarmede hij zijn talent forceerde. * 28 Febr. 1812 te Nordstetten, ✝ 8 Febr. 1882 te Cannes.

Uitg.: Bettelheim, Gesammelte Schriften (15 dln. Leipzig 1912) — Lit.: A. Bettelheim, B. A. (Stuttgart 1907); A. Weber, A.’s Weltanschauung (Zürich 1922). Baur.

2° Felix, sinds 1889 professor in de theoretische natuurkunde te Jena, heeft veel gewerkt op het gebied van hardheid en elasticiteit. * 12 Nov. 1856 te Breslau.
3° Heinrich, zie Auerbach’s Keiler.

< >