Zakje, waarin geld bewaard wordt (2 Kon. 5 : 23; Spr. 1 : 14; Hagg. 1:6; Luc. 10 : 4, 22 : 35; Joh. 12 : 6, 13, 29). Kleinere sommen werden wel in een aan den gordel aangebrachte tasch geborgen, grootere in verzegelde zakken, die ook buidels heeten, in de schatkamer bewaard (2 Kon. 12 : 10).
Zinnebeeldige toepassing in Job 14 : 17.