patholoog betekenis & definitie

Een dokter die alles weet van de vorm en de samenstelling van zieke organen en weefsels (uitspraak: PAA-too-LOOG).

Een patholoog werkt in een ziekenhuis en bekijkt onder de microscoop stukjes weefsel van onderzoek (biopten) en weefsel dat bij operaties uit het lichaam is gehaald. Dus als mensen te horen krijgen dat zij kanker hebben, is het de patholoog die kan vertellen welke soort kanker het is en of die vorm gevoelig voor kankermedicijnen is. Als iemand in een ziekenhuis is doodgegaan, wordt vaak een obductie oftewel sectie gedaan (‘verricht’) op het stoffelijk overschot (dure naam voor ‘lijk’). Dat lijk wordt dan vaak opengesneden. Ook dat doet een patholoog. Een forensisch patholoog voert in opdracht van de rechtbank sectie uit op het lichaam van mensen die misschien wel door een misdrijf zijn doodgegaan.