Wat is de betekenis van Repliek?

2018
2021-01-28
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

repliek

repliek - zelfstandig naamwoord uitspraak: re-pliek 1. antwoord waarmee je ingaat tegen iets wat gezegd is ♢ zijn repliek was dat ik dat verkeerd zag 1. iemand van repliek dienen [hem een afdoend a...

Lees verder
2016
2021-01-28
Rechtspraak

Begrippen in de rechtspraak

Repliek

Datgene wat de eiser aanvoert ter weerlegging van hetgeen de gedaagde in de conclusie van antwoord heeft gesteld (civiele zaken).

2012
2021-01-28
Winish Ganesh

Fractiemedewerker Tweede Kamerfractie PvdA

Repliek

In een Conclusie van repliek in een civiele procedure kan de eisende partij reageren op datgene wat de gedaagde partij in zijn Conclusie van antwoord naar voren heeft gebracht. Een civiele procedure begint met een dagvaarding. In deze dagvaarding stelt de eisende partij wat zij vordert van de gedaagde, dit kan bijvoorbeeld de levering van goederen...

Lees verder
2009
2021-01-28
Juridische methoden

Begrippenlijst Juridische methoden.

Repliek

datgene dat de eiser aanvoert ter weerlegging van wat de gedaagde in de conclusie van antwoord heeft gesteld (civiele zaken).

1993
2021-01-28
Vreemd Nederlands

Vreemd Nederlands

Repliek

weerwoord; antwoord (rechtsk.)

1973
2021-01-28
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

repliek

[→Fr.], v. (-en), 1. antwoord op wat is toegevoegd: iemand van dienen, ook pregn. voor: een terechtwijzend of afdoend antwoord geven, de spreker op zijn nummer zetten; 2. (recht) antwoord van de eiser op het eerste verweer van de gedaagde; conclusie van gedingstuk waarin de eiser dit antwoord geeft; 3. kopie, replica.

Lees verder
1950
2021-01-28
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Repliek

(<Fr.), v. (-en), antwoord op hetgeen ons is toegevoegd: iem. van repliek dienen, ook pregnant voor : een terechtwijzend of afdoend antwoord geven, de spreker op zijn nummer zetten: — (rechtst.) antwoord van de eiser op het verweer van de gedaagde; conclusie van repliek, gedingstuk waarin de eiser dit antwoord geeft.

1949
2021-01-28
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Repliek

(Fr.), antwoord, in 't bijzonder: afdoend, terechtwijzend antwoord; in een proces en in het parlement is R. antwoord op een antwoord. Het antwoord op het R. heet dupliek.

1948
2021-01-28
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

repliek

v. tegenantwoord, tegenbescheid.

1933
2021-01-28
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Repliek

Repliceeren, → Proces.

1914
2021-01-28
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

repliek

repliek - v., wederantwoord; tegenspraak; laatste woord, dat een tooneelspeler zegt, voordat een ander invalt; „de repliek mankeeren” : niet op tijd invallen (in een tooneelstuk).

1910
2021-01-28
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Repliek

Repliek - antwoord.

1898
2021-01-28
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Repliek

Repliek - v. (-en), de beantwoording door eene partij aan de andere gedaan: iem. van repliek dienen ; — de wederlegging die het openbaar ministerie geeft van het pleidooi van den verdediger ; vertoog dat de eischer inbrengt tegen het antwoord, dat de gedaagde togen de dagvaarding heeft uitgebracht.

Lees verder
1870
2021-01-28
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Repliek

Repliek (Eene) is in een regtsgeding de beantwoording der eene partij door de andere, en in het strafgeding de wederlegging van het openbaar ministérie aan het pleidooi van den verdediger. In het burgerlijk regt is de repliek het vertoog, dat de eischer inbrengt tegen het antwoord, hetwelk gedaagde tegen de dagvaarding heeft uitgebragt.

1864
2021-01-28
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

repliek

repliek - v. (replieken), tegenantwoord; tweede pleitrede