Algemeen Nederlands Woordenboek

Algemeen Nederlands Woordenboek (2009-heden)

Gepubliceerd op 30-05-2017

campingsmoking

betekenis & definitie

trainingspak.

pak van een soepele stof om in te sporten, dat als vrijetijdskleding wordt gedragen; trainingspak.

Voorbeelden:
De grote ironie van het trainingspak is dat het bedacht is om in te sporten, maar er is geen kledingstuk dat meer tot passiviteit aanzet [...]. Het wordt geassocieerd met mensen die niet eens meer proberen aan de slag te komen, die niets liever doen dan de hele dag met een blikje bier voor de caravan hangen, die het liefst 24 uur per dag hetzelfde aanhebben. De campingsmoking, zoals het trainingspak al vanaf de jaren tachtig wordt genoemd, is het uniform van wat je vroeger als 'asocialen' zou hebben aangeduid.
http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2844/Archief/archief/article/detail/727988/2003/01/25/EERHERSTEL-VOOR-DE-CAMPINGSMOKING.dhtml, 25 januari 2003

De mooie en volwassen maar wel erg nostalgische collectie van Dries van Noten in de kleuren van oude fotoalbums verschilt minstens zo veel van de hoekige collectie van Watanabe, een jonge Japanner in opkomst, en de humor in Katherine Hamnetts varianten op de campingsmoking verschilt hemelsbreed van de humor van Vivienne Westwood's overdreven konten.
NRC, 1995

Sport en mode zullen zeker nog enkele seizoenen met elkaar flirten. Dat zagen we afgelopen week op Women's and Men's Wear, 4th Avenue en Abe in Brussel. Op die vakbeurzen van de modewereld was het retro joggingpak, alias de campingsmoking, alomtegenwoordig.
http://www.nieuwsblad.be/article/detail.aspx?articleid=GCA7O6A1, 31 juli 2004