is het negatief geladen ion (anion) van water, het OH -ion. In zuiver water is de concentratie dezer ionen zeer klein en evengroot als die der waterstof-ionen, H -ionen.
Daarom is water noch zuur, noch basisch, doch neutraal. Indien echter in water een stof wordt opgelost, die zelf h. bevat, dan wordt de oplossing basisch. Dit doet zich dus voor als b.v. natriumhydroxyde (NaOH of calciumhydroxyde (Ca(OH)2) in water worden opgelost (vgl. Hydrolyse). De theorie leert, dat bij constante temp., het product van de concentraties der waterstof- en h.-ionen constant is. Als dus de concentratie der h. stijgt, daalt de concentratie der waterstof-ionen en omgekeerd.