squash betekenis & definitie

squash - Zelfstandignaamwoord
1. (sport) racketsport waarbij twee spelers om de beurt proberen de squashbal in een bepaalde zone tegen de muur te slaan

squash - Werkwoord
1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van squashen
♢ Ik squash
2. gebiedende wijs van squashen
squash!
3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van squashen
squash je?