Nasibal, nassibal betekenis & definitie

(jeugdtaal) zeurkous. Sedert begin jaren tachtig. Herkomst onduidelijk. De schrijfwijze (met dubbele s) verwijst misschien naar het informele werkwoord nassen (eten) maar het verband met ‘zeuren’ ligt niet direct voor de hand.

Nassibal: zeurpiet. ‘Die nassibal heeft altijd wat te klagen.’ (Mare Hofkamp en Wim Westerman, Aso’s, Bigi’s, Crimi’s. Jongeren- taalwoordenboek, 1989)

(racistisch) kleurling: Indonesiër of Chinees. Het woord wordt o.a. vermeld door Jansen (1984). Refereert aan het populaire Chinees-Indische gerecht nasigoreng en aan de in Nederland al even populaire nasibal.

In de tuin van de buren stond een bord met de tekst: ‘Rot op Pindaboeren!’ en op straat werd Ignace uitgescholden voor ‘nasibal’. (HP/De Tijd, 13/05/1994)

Laatst bijgewerkt 06-06-2017