kakker (1) betekenis & definitie

(oorspr. jeugdtaal maar thans meer algemeen) burgerlijk geklede jongere, die zich ook burgerlijk gedraagt en carrièregericht is; een verwaand type. Dergelijke types proberen zich te onderscheiden door het dragen van merkkleding. Ze hebben een voorliefde voor kleding en schoeisel van bepaalde merken, zoals Levi’s 501, NafNaf e.d. Jongens hebben doorgaans kort opgeknipt haar, terwijl meisjes vaak een paardenstaart hebben. Het scheldwoord kakker duikt met regelmaat op in de columns van Youp van ’t Hek.

‘Kakkers’ vormen de tweede, en invloedrijkste groep. Zij onderscheiden zich uiterlijk van de rest doordat ze dure merkkleren dragen in de voor hen typerende terughoudende kleuren als donkerblauw, wit, lichtblauw, donkerrood en lichtgeel. Broekrokken, dikke wollen kniekousen in pastel of ruit, parelkettinkjes, shawls, pennyshoes en grijze flanel pantalons horen vaak tot de uitrusting, (de Volkskrant, 20/12/1986)

Alleen die paar procent op de Goudkust is rijk, meent een ander. Slechts een paar jongeren schelden op hun aanwezigheid in termen als ‘verwaande kakkers’ en ‘natnekken’. (HP/ De Tijd, 21/06/1996)

Laatst bijgewerkt 16-05-2017