Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

Gepubliceerd op 19-06-2020

2020-06-19

orde

betekenis & definitie

v./m. (-n, -s),

1. regelmatige plaatsing of schikking van iets: er kwam weer — in haar herinneringen; behoorlijke schikking: zijn kleren in — brengen; iets in — maken, het regelen, beschikken, opknappen; wij zijn gisteren verhuisd, maar hopen aanstaande week weer op — te zijn; het is in —, de zaak is geregeld; in goede — ontvangen, zonder mankement; ik ben weer in —, geheel hersteld; niet helemaal in — zijn, niet geheel gezond;
2. wijze waarop iets gerangschikt wordt, regelmatige opstelling, m.n. in toepassing op de opstelling van leger en vloot; in goede — trok het leger op Turnhout af;
3. geregelde wijze van doen en leven: een vrouw van — en regelmaat;
4. toestand zoals die geregeld is of behoort te zijn: voor de goede —, opdat alles behoorlijk geregeld is; m.n. inrichting van de maatschappij: de maatschappelijke —, de nieuwe —; rechten
5. rustige gesteldheid, tucht, rust: die leerkracht houdt gemakkelijk —; de — bewaren, handhaven, verstoren; de openbare —;
6. volgorde; (wiskunde) asymmetrische relatie tussen objecten waardoor de plaats van het ene met betrekking tot het andere volkomen bepaald is, ordening (e); m.n. voorgeschreven opeenvolging van de verschillende handelingen of werkzaamheden bij officiële beraadslagingen enz.: de — van de werkzaamheden, de agenda; een motie van — stellen, een voorstel doen betreffende de volgorde van de werkzaamheden; tot de — van de dag overgaan, na een of ander voorval tot de werkzaamheden die aan de orde zijn overgaan; iets aan de — stellen; aan de — (van de dag) zijn (komen), oneig. gezegd van iets dat algemeen besproken wordt of zeer in de mode is; buiten de — gaan, zijn, over onderwerpen spreken die niet op de agenda staan, (ook) onparlementaire taal gebruiken; iemand tot de — roepen, hem (krachtig) te verstaan geven dat hij buiten de orde gaat; reglement van —, samenstel van voorschriften ter bepaling van de wijze van werken van een bestuurscollege, een maatschappij, congres enz.;
7. regeling die omtrent iets getroffen wordt: — stellen op iets, een regeling treffen dienaangaande; — op (zijn) zaken stellen, ze zodanig regelen dat na vertrek of overlijden alles behoorlijk kan verlopen of afgewikkeld worden;
8. vereniging van personen die aan bepaalde regels gebonden zijn: een geestelijke —; daarnaast de wereldlijke orden, ridderorden: de Orde van de Ned. Leeuw; ook in toepassing op andere corporaties: de — van advocaten; (gew.) de rechterlijke —, rechterlijke macht; kloosterorde (e): de — van de benedictijnen; wezens, dingen van hogere —, die boven de mens staan; van lagere —;
9. (biologie) ordo, een indelingscategorie in de systematische biologie, onder die van → klasse en boven die van →familie; (plantensociologie) een groep verwante verbonden (e);
10. (bouwkunst) verzameling regels ten aanzien van de constructieve elementen (e);
11. groep van gelijksoortige zaken van ongeveer dezelfde grootte, rang, aantal of afmeting: de grootte van de deeltjes is van de — van enige miljoenste millimeters.

(e) BOUWKUNST. Orde in de architectuur houdt in een verzameling regels ten aanzien van vorm, schikking en verhoudingen van de constructieve elementen, zoals die in bepaalde tijdperken in bepaalde streken werd gehanteerd. Inzonderheid geldt dit voor de Griekse bouwkunst, die drie orden kende: de Dorische, Ionische en Korinthische. In de Romeinse tijd kwamen daar nog de Toscaanse en composiete orde bij, beide overigens teruggrijpend op de eerder genoemde orden. Verder kent men o.a. de orde van →Palladio of kolossale orde.

M.n. in de renaissance werden de orden gepropageerd, o.a. door Alberti, Serlio en Vignola in hun zuilenboeken, waarin de regels van de vijf orden uitgelegd werden.

LITT. W.Andrae, Die griechische Saulenordnungen (1950); E.Forssman, Dorisch, Ionisch, Korintisch (1961).

GODSDIENST. De leden van een religieuze orde leggen zich toe op de naleving van de evangelische raden door de geloften van gehoorzaamheid, maagdelijkheid en armoede en onderhouden een door de Kerk goedgekeurde regel om zo de evangelische volmaaktheid te bereiken. Voor een orde in strikte zin wordt vereist dat ten minste een gedeelte van de leden de plechtige eeuwige geloften aflegt; is dit niet het geval, dan spreekt men van een congregatie. Vrouwelijke orden zijn gehouden aan een clausuur.

De orden worden verdeeld in:

1. orden van reguliere kanunniken (koorheren), priesterleden van de oude kloosterorden, die naast de verplichting tot koorgebed als kanunnik in een gemeenschappelijk leven, ook de drie geloften onderhouden en een kloosterregel volgen (b.v. de reguliere kanunniken van Sint-Augustinus);
2. monnikenorden, waarbij het monastieke liturgische leven voorrang heeft boven apostolaat, zij zijn verplicht tot plechtig koorgebed, hun kloosters zijn autonoom en de leden zijn gebonden aan een bepaald klooster (benedictijnen, cisterciënzers, kartuizers);
3. bedelorden (→mendicanten), ontstaan in de 11e–12e eeuw (b.v. dominicanen, franciscanen, augustijnen, karmelieten);
4. reguliere geestelijken, ontstaan in de 16e–17e eeuw. De leden worden gevormd door priesters en broeders, die niet tot koorgebed verplicht zijn en zich voornamelijk toeleggen op apostolische activiteiten (b.v. jezuïeten, redemptoristen). →kloosterleven.

PLANTENSOCIOLOGIE. Een voorbeeld van een orde is de Pijpestrootjesorde (Molinietalia), waartoe o.a. het Dotterverbond (Calthion), het Moerasspiraeaverbond (Filipendulion) en het Pijpestrootjesverbond (Molion) behoren, →syntaxonomie.

WISKUNDE. Het begrip orde wordt in een aantal gevallen gebruikt:

1. de orde van een algebraïsche kromme resp. oppervlak is de graad van de vergelijking van de kromme (resp. vlak) in rechthoekige coördinaten, of wat hetzelfde is het aantal punten dat een rechte lijn gemeen heeft met de kromme (resp. vlak);
2. de orde van een ruimtekromme is het aantal punten dat een plat vlak met de ruimtekromme gemeen heeft;
3. de orde van grootte van getallen. Indien van twee veranderlijken x en y de limiet van y/x tot 0 resp. ∞ (oneindig) nadert als x en y beide tot 0 resp. ∞ naderen, dan heet y van hogere orde oneindig klein (resp. groot) dan x. B.v. y = ex is van hogere orde oneindig groot dan de macht xn voor elke eindige n, want ex/xn →∞ voor x→∞.
4. De orde van een differentiaalvergelijking is de hoogste graad van de voorkomende differentiaalquotiënten.