Gabaa, Gabaath, Gabae, Gabee, Gibca, Geba betekenis & definitie

Gabaa, Gabaath, Gabae, Gabee, Gibca, Geba - bijbelsche benamingen (= heuvel) van talrijke plaatsen in Palestina. De onderscheiding en dientengevolge ook de localisatie daarvan is een der moeilijkste problemen van de bijbelsche topographie.

De verwisseling der namen Geba en Gibea (Jud. 20.10; 1 Reg. 13. 16), vermoedelijke tekstcorruptie (Jud. 3. 14; 2 Reg. 25) en de onzekerheid of in sommige teksten een plaatsnaam bedoeld is dan wel een „heuvel” (1 Reg. 1; Joss. 24. 33), maakt deze onderscheiding vaak onmogelijk of onzeker. Een levietenstad Gibea lag in het Z. van Juda (Jos. 15. 57), volgens het Onomasticon van Eusebius ten Z.W. van Bethlehem.

Een levietenstad der Caathieten in Benjamin heette Geba (Jos. 18. 24) en lag aan de Noordgrens van het koninkrijk Juda (4 Reg. 23. 8), ten Z.W. van Machmas (1 Reg. 14. 5). „Gibea van God” ten N. van Jerusalem, een tijdlang bezet door de Philistijnen (1 Reg. 10. 5), wordt gewoonlijk geïdentificeerd met het huidige Ramallah, waarin de naam vertaald voortleeft. Het meest bekend is „Gibea van Benjamin” (Jud. 19. 4), de woonplaats van Saul (vandaar ook Gibea Saulis genoemd: 1 Reg. 10. 26), dat met groote waarschijnlijkheid is teruggevonden in Tell el-Foel ten N. van Jerusalem, aan den weg naar Sichem (voor opgravingen zie ➝ Tell el Foei).Simons.