Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

Gepubliceerd op 18-10-2023

Anthonie HEINSIUS

betekenis & definitie

Nederlands staatsman (Delft 23 Nov. 1641 - ’s-Gravenhage 3 Aug. 1720), werd in 1679 pensionaris van Delft en nam in 1689 op aandrang van Willem III, het ambt van raadpensionaris van Holland op zich, dat hij 31 jaar lang, tot zijn dood toe, zou bekleden. Als zodanig heeft hij een grote rol gespeeld in de Europese politiek, vóór 1702 als medewerker van Willem III, daarna als leider van de Nederlandse politiek.

In de eerste periode, toen hij in volkomen eensgezindheid maar geenszins als volgzaam meeloper, samenwerkte met de koning-stadhouder, kwamen zijn grote gaven het meest tot haar recht: een scherp verstand, diplomatieke tact, grote werkkracht, volkomen onkreukbaarheid. Toen hij evenwel de steun van Willem III moest missen, kwamen zijn tekorten als staatsman scherper aan het licht: hij was te schuchter, te behoedzaam, te weinig doortastend. Hij bleef vasthouden aan de politiek van Willem III, liet zich door de Engelsen al verder meeslepen, toen dezen, tegen de bepalingen van de Grote Alliantie, aan het oorlogsdoel een steeds groter uitbreiding gaven, en zag niet de in Engeland zelf opkomende reactie tegen de oorlogspolitiek van Marlborough, die ten slotte leidde tot de val van het Engelse oorlogsministerie en het aanknopen van afzonderlijke Engels-Franse onderhandelingen, waarbij Nederland door zijn bondgenoot in de steek gelaten werd. Na deze teleurstellende gang van zaken kreeg hij in de Staten van Holland heftige verwijten te horen, zijn gezag en aanzien waren geschokt. De vrede van Utrecht (1713) bracht hem de voldoening, dat de imperialistische politiek van Lodewijk XIV gestuit was, maar ook de diepe teleurstelling, dat de Republiek, onbegrijpelijk snel, van haar hoge plaats onder de mogendheden was neergetuimeld. Bovendien kwam na het sluiten van de vrede de treurige toestand der financiën aan het licht.

De buitenlandse staatkunde had Heinsius steeds zozeer in beslag genomen, dat hij geen aandacht had gehad voor die zijde van zijn taak. Heinsius bleef ongehuwd. Zijn papieren bleven, zeldzaam volledig, in de familie bewaard en bevinden zich thans in het Algemeen Rijksarchief te ’s-Gravenhage. Zij vormen een onuitputtelijke bron voor de Europese geschiedenis van zijn tijd.DR A. J. VEENENDAAL

Lit.: A. J. van der Heim, De Antonio Heinsio Consiliario (Leiden 1834); G. G. Vreede, Correspondance diplomatique et militaire de Marlborough, Heinsius et J. Hop (Amsterdam 1850); H. J. van der Heim, Het archief van den raadpensionaris A.

Heinsius, 3 dln (’s-Gravenhage 1867-1880); W. G. C. Byvanck, De laatste regeeringsjaren van Willem III, in: De Gids 1898; F. J. L.

Krämer, Archives ou Correspondance inédite de la maison d’Orange-Nassau, 3e serie, 3 dln (Leiden 1907-1909); Th. Bussernaker, A. H., in: Nieuw Ned. Biogr. Woordenb. I (Leiden 1911); N.

Japikse, Correspondentie van Willem III en van H. W. Bentinek, 5 dln (’s-Gravenhage 1927-1937); A. de Fouw, Onbekende raadpensionarissen (’s-Gravenhage 1946); A. J. Veenendaal, Raadpens. H. in correspondentie met zijn Vlaamse bloedverwanten, in: Bijdr. en Meded.

Hist. Gen., dl 66 (Utrecht 1948); B. van ’t Hoff, Het archief van A. H. (’s-Gravenhage 1950); een volledige uitgave van de corresp. van Heinsius en Marlborough door B. van ’t Hoff is in bewerking.

< >