beitel - Zelfstandignaamwoord
1. (gereedschap) een staafvormig, scherp stuk gereedschap met een punt of wigvormige snede aan de "kopse kant"
♢ De beitel is voor hak- en snijwerk bij menig vakman in gebruik.
beitel - Werkwoord
1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beitelen
♢ Ik beitel
2. gebiedende wijs van beitelen
♢ beitel!
3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beitelen
♢ beitel je?
Woordherkomst
afgeleid van het sterke werkwoord bijten met het achtervoegsel -el
Verwante begrippen
guts
Gepubliceerd op 10-11-2017
beitel
betekenis & definitie