Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Gepubliceerd op 01-01-2021

Vandaal

betekenis & definitie

m. (...dalen),

1. lid van een Germaans volk dat, afkomstig uit het gebied van de Midden-Oder, in N.-Afrika in 439 een bloeiend rijk stichtte;
2. (fig., niet alg.) barbaar, vijand ;
3. (tig.) iem. die zich schuldig maakt aan vernielzucht, aan vandalisme: die vandalen hebben de jonge boompjes langs de weg vernield.

< >