Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

Gepubliceerd op 27-06-2020

houtboorder

betekenis & definitie

m. (-s), 1. Teredo teredo, boorschelp (→paalworm); 2. dierlijk organisme dat gangen in hout boort (e).

(e)Houtboorders worden onderscheiden in: nathoutboorders, drooghoutboorders en mariene hoorders, die resp. staand en pas geveld hout, verwerkt luchtdroog hout of hout in contact met zeewater aantasten. De nathouten drooghoutboorders behoren tot de insekten, de mariene hoorders tot de weekdieren en kreeften. Aantasting door nathoutboorders kan worden voorkomen door het hout snel te drogen of (en) behandelen met insekticiden. Bestrijdingsmaatregelen na het aantreffen van een aantasting in verwerkt hout zijn als regel niet nodig omdat een tweede generatie zich hierin niet zal ontwikkelen. Aantasting door drooghoutboorders kan worden verhinderd door behandelen met insekticiden die langere tijd werkzaam blijven (preventieve bescherming, →verduurzamen). Is reeds aantasting opgetreden dan is behandeling met curatieve middelen of een giftig gas (b.v. met methylbromide in gaskamers) nodig om de aantasting tot staan te brengen.

Aantasting door mariene hoorders kan worden voorkomen door toepassing van houtsoorten die hiertegen van nature een grote weerstand bezitten, o.a. azobé, basralocus en demerara-groenhart. Ook kan creosoteren volgens de volle bereidingsmethode (verduurzamen) bescherming tegen mariene hoorders geven.

LITT. T.Hof, Houtaantasting en haar bestrijding (1954); D.Bletchly, Insect and marine borer damage to timber and woodwork (1967); Houtvademecum VI: Houtverduurzaming (z.j.).

< >