Bernd Alois Zimmermann (Bliesheim 1918-Keulen 1970) was een van de belangrijkste componisten van na de Tweede Wereldoorlog. Zijn opera Die Soldaten (1965) behoort naast Bergs Wozzeck tot de grootste lyrische kunstwerken van de 20e eeuw. Zimmermann creëerde in de jaren '50 een onmiskenbaar eigen collag estijl, die wordt gekenmerkt door een verfijnde citaattechniek, gebaseerd op de wetten van de seriële schrijfwijze.
In de overtuiging dat het historisch verleden een alomtegenwoordig referentiekader vormt, ontwikkelde Zimmermann rond 1960, in de geest van Augustinus, Heidegger, Husserl en Bergsen, het concept van de 'Ku gelgestalt der Zeit': 'Citaten zijn getuigen uit de meest uiteenlopende tijdperken van de muziekgeschiedenis, die als een microfilm in de catalogus van ons bewustzijn zijn opgeslagen (...) Wij leven in vele lagen van tijd en beleving tegelijk.' De opera Die Soldaten weerspiegelt Zimmermanns esthetiek op unieke wijze. In deze, op verschillende tijdniveaus spelende opera worden ook verschillende muzikale niveaus met elkaar geconfronteerd: Bach en Messiaen, Beethoven en Debussy, Mozart met Schönberg en Stravinski, zij gaan samen in een muzikaal contrapunt. Net zoals de beeldend kunstenaars George Braque of Kurt Schwitters combineert Zimmermann in zijn muzikale collages heterogene elementen en onderwerpt deze aan een eigen (door het serialisme geïnspireerd) technisch concept.
Zimmermann groeide op in een streng jezuïetische kostschool. Na een studie schoolmuziek en muziekwetenschap in Keulen en Berlijn (1939-47) werkte hij als componist voor de omroep. Vanaf 1958 was hij leraar compositie aan het Keulse conservatorium, waar hij ook colleges voor hoorspelen filmmuziek gaf. Zimmermann neigde tot extremen: hij verklankte diepreligieuze, apocalyptische visioenen, maar schreef ook stukken van luchtige elegantie en bizarre humor (muziek voor hoorspelen, theater en film). Zijn religieuze werken zijn doordrongen van de existentiële nood van het ontwortelde individu: Antiphonen voor altviool en 21 instrumentalisten (1961) mondt uit in een apocalyptisch geroezemoes van gesproken tekstfragmenten uit o.a. de Openbaring van Johannes. Daarentegen weerspiegelt een werk als Présence voor viool, cello en piano (1961) Zimmermanns onbekommerde kant: in dit gedroomde fantastische ballet met defictieve protagonisten Don Quichotte, Molly Bloem (Joyce, Ulysses) en koning Ubu (Jarry, Rai Ubu) klinken elementen van Strauss, Prokofjev, Stockhausen en hoort men flarden blues. Zimmermann, die zichzelf eens een 'mengsel van monnik en Dionysos' noemde, werd tussen de tegenstrijdige kanten van zijn persoonlijkheid psychisch vermalen. In 1970 maakte de depressieve kunstenaar een eind aan zijn leven.
Oeuvre
2 opera's; composities voor ballet, theater en film; 22 orkestwerken; 10 vocale werken;16 kamermuziekwerken.