Katholieke Encyclopaedie

Uitgeverij Joost van den Vondel (1933-1939)

Gepubliceerd op 01-04-2019

Balaäm

betekenis & definitie

Balaäm - (Bileam), een heidensch profeet, die door Balac, koning van Moab, uitgenoodigd werd, om de Israëlieten te vloeken, maar hen op Gods bevel zegende (Num. 22-24). Toen B. op weg was naar Balac, om aan diens verzoek te voldoen, trad hem een engel in den weg.

B. zag den engel niet, maar de ezelin, waarop hij reed, begon te spreken en maakte hem op de verschijning opmerkzaam. Uit de profetie van B. is vooral merkwaardig de aankondiging van den Messias; „Ik zie Hem, maar nu nog niet, ik aanschouw Hem, maar niet van nabij. Een ster straalt op uit Jacob, een schepter rijst omhoog uit Israël.” Zie Balaämieten.

Lit.: J. B. Holzammer, Handbuch zur Biblischen Geschichte (Freiburg 81925, 399-409); E. Kalt, Biblisches Reallexikon s. v. Balaam (Paderborn 1931).

Keulers.

< >